Je eerste monteur aannemen: van zzp naar werkgever
Van zzp'er naar werkgever: wat je eerste monteur écht kost bovenop het brutoloon, welke verplichtingen je krijgt en welke certificaten nodig zijn.
K
Knippie
Redactie ·
Veelgestelde vragen
Over de auteur
K
Knippie
Redactie
Werkt bij Knippie aan software voor installatiebedrijven en spreekt wekelijks ondernemers uit de branche. Klopt er iets niet, of mis je context uit de praktijk? Laat het weten, we werken artikelen bij zodra de regels of de markt veranderen.
Je eerste monteur aannemen betekent drie dingen tegelijk regelen. Je meldt je als werkgever aan bij de Belastingdienst, uiterlijk op zijn eerste werkdag. Je legt een arbeidsovereenkomst vast. En je houdt er rekening mee dat een monteur je ongeveer 25 tot 40 procent méér kost dan zijn brutoloon aan werkgeverslasten, met daarbovenop een bus, gereedschap en certificering die in dat percentage nog niet zitten. De kern: reken nooit met het bedrag op de loonstrook, maar met het bedrag dat je bank verlaat.
Voor een zzp'er of eenmanszaak is dit de grootste stap sinds de start. Je gaat van "ik ben mijn eigen kostenpost" naar "ik ben verantwoordelijk voor het inkomen van iemand anders". Hieronder staat wat dat concreet betekent: wat een monteur werkelijk kost, welke verplichtingen je erbij krijgt, en welke certificaten bepalen wat je nieuwe kracht überhaupt mag doen.
Wat een monteur écht kost bovenop het brutoloon
Het brutoloon is het startpunt, niet de rekening. Bovenop dat loon betaal je werkgeverslasten: de premies werknemersverzekeringen (WW/Awf, Aof, WGA), de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, vakantiegeld en het werkgeversdeel van de pensioenpremie. Als vuistregel komt daar zo'n 25 tot 40 procent bij, afhankelijk van je sector, het contract en je verzuimverzekering. Het exacte percentage verschilt per bedrijf en per jaar, dus laat het je accountant of loonadministrateur uitrekenen (zie ook de Belastingdienst). Verzin er zelf geen getal bij, want dit werkt één op één door in je uurtarief.
Maar bij een installatiebedrijf stopt de rekening daar niet. Een monteur zonder bus en gereedschap kan niet naar de klant. Die kosten horen bij de monteur, niet bij je overhead:
Kostenpost
Zit in de werkgeverslasten?
Orde van grootte
Brutoloon
Basis
Loonschaal CAO
Vakantiegeld en werkgeverslasten
Ja
+25 tot 40%
Pensioenpremie (werkgeversdeel, via PMT)
Ja
n.v.t.
Bedrijfsbus (lease of afschrijving, brandstof, verzekering)
Nee
Duizenden euro's per jaar
Gereedschap, meetapparatuur, kalibratie
Nee
Honderden euro's per jaar
Werkkleding en PBM
Nee
Honderden euro's per jaar
Certificering en bijscholing (F-gassen, NEN)
Nee
Terugkerend
Kort samengevat
De werkgeverslasten (25 tot 40 procent) zijn maar de helft van het verhaal. Bus, brandstof, gereedschap en certificering komen daar bovenop en zijn bij een installateur al snel enkele duizenden tot meer dan tienduizend euro per monteur per jaar.
De bedragen in de rechterkolom zijn ordes van grootte, geen normen: vul je eigen cijfers in. Het punt is dat je een monteur pas eerlijk hebt doorgerekend als je bus, gereedschap en papieren meetelt. Wil je precies weten wat dat per declarabel uur betekent, dan reken je je kostprijs-uurloon door.
De verplichtingen die je erbij krijgt
Wat je regelt rond de eerste werkdag
1
Meld je aan als werkgever bij de Belastingdienst
Dit doe je met een formulier bij de Belastingdienst, uiterlijk op de dag dat je monteur begint. Je krijgt een loonheffingennummer, meestal binnen zo'n vijf werkdagen. Daarna houd je loonheffingen in en doe je elke maand of elke vier weken elektronisch loonaangifte. Regel dit op tijd, want zonder loonheffingennummer kun je geen correcte loonstrook draaien.
2
Leg een arbeidsovereenkomst vast
Een arbeidscontract hoeft wettelijk niet op papier, maar niet vastleggen is een groot risico: zonder schriftelijk bewijs wordt een tijdelijk contract al snel als vast contract gezien. Bepaalde afspraken (proeftijd, concurrentiebeding, boetebeding) zijn zelfs alleen geldig als ze schriftelijk staan. Volgens Ondernemersplein leg je de arbeidsvoorwaarden sowieso binnen een maand na indiensttreding schriftelijk vast: functie, uren, loon, duur en opzegtermijn.
Certificering: wat mag je nieuwe monteur eigenlijk doen?
Dit is waar een installatiebedrijf verschilt van een gemiddeld MKB-bedrijf. Bij jou bepaalt de papierwinkel wat een monteur überhaupt mag uitvoeren, en die eisen zitten op het bedrijf én op de persoon.
Soort werk
Wat verplicht is
Zit het op het bedrijf of de persoon?
Airco, warmtepomp, koeling (F-gassen)
F-gassen-certificaat, BRL 100
Bedrijf
Zelfstandig elektrotechnisch werk
Aanwijzing Vakbekwaam Persoon (NEN 3140)
Persoon
Besturen bedrijfsbus
Geldig rijbewijs B
Persoon
Kort samengevat
Voor F-gassenwerk moet je bedrijf BRL 100-gecertificeerd zijn; voor zelfstandig elektrawerk moet je monteur persoonlijk als Vakbekwaam Persoon zijn aangewezen. Neem je iemand aan zonder de juiste papieren, dan mag hij het werk niet doen waarvoor je hem inhuurt.
Voor werk aan installaties met F-gassen, zoals airco's, warmtepompen en koelsystemen, moet je bedrijf F-gassen-gecertificeerd zijn (Ondernemersplein, Techniek Nederland). Zonder dat certificaat mag je dit werk niet legaal uitvoeren. Let op: de eisen zijn in 2026 aangescherpt, onder meer voor natuurlijke koudemiddelen zoals propaan (R290), met een overgangsperiode tot 31 augustus 2026. Groeit je bedrijf richting airco en warmtepompen, dan is dit certificaat een voorwaarde, geen bijzaak.
Voor elektrotechnisch werk geldt NEN 3140: wie zelfstandig aan elektrische installaties werkt, moet door de werkgever schriftelijk zijn aangewezen als Vakbekwaam Persoon (VP), met aantoonbare opleiding, een afgeronde NEN 3140-cursus en werkervaring. Die aanwijzing regel jij als werkgever, dus vraag bij het sollicitatiegesprek na welke papieren en aanwijzingen je kandidaat al heeft.
De seizoenspiek maakt de rekensom lastig
Een installateur heeft geen vlakke werkstroom. In de zomer stapelen de airco's en zonnepanelen zich op en kun je monteurs tekortkomen; in de rustige maanden betaal je diezelfde vaste monteur gewoon door. Dat is precies de afweging die je maakt tussen een vaste kracht en een ingehuurde zzp'er.
Aspect
Monteur in dienst
Zzp'er inhuren
Beschikbaarheid in de zomerpiek
Zeker
Onzeker, iedereen zoekt dan
Kosten in het laagseizoen
Loopt door
Alleen als je inhuurt
Risico bij ziekte
Bij jou (tot 104 weken)
Bij de zzp'er
Uurtarief
Lager per uur
Hoger per uur
Grip op kwaliteit en werkwijze
Volledig
Beperkt
Kort samengevat
Vast is zekerheid en beschikbaarheid in de piek, maar je draagt het risico van leegloop en ziekte. Inhuren is flexibel, maar je concurreert in de zomer met iedereen om dezelfde handen en betaalt een hoger uurtarief. Voor structureel werk is vast meestal beter, voor de piek is inhuren de klassieke oplossing.
De verleiding is om te denken: "een zzp'er van 55 euro is duurder dan mijn eigen monteur, dus ik neem iemand vast aan." Maar dan vergelijk je het verkeerde. Een vaste monteur kost je het hele jaar door, ook de weken zonder werk, en jij draagt het ziekterisico van 104 weken. Reken het per situatie door: heb je het hele jaar door voldoende werk voor een extra paar handen, dan is vast meestal goedkoper per productief uur. Zijn het vooral zomerpieken, dan is inhuren vaak verstandiger, ondanks het hogere tarief.
Let bij die inhuur wel op schijnzelfstandigheid. Bij een tarief onder 38 euro per uur ligt de bewijslast bij jou als opdrachtgever dat er géén dienstbetrekking is. Erg lage inhuurtarieven zijn dus niet alleen commercieel verdacht, ze vergroten je risico op naheffingen.
De CAO-verhogingen zitten al in je loonkosten van volgend jaar
Zodra je iemand onder de CAO Metaal en Techniek in dienst neemt, koop je de afgesproken loonstijgingen mee in.
+3%Loonsverhoging per 1 maart 2026 volgens de CAO Metaal en Techniek 2026-2028
Diezelfde CAO, afgesloten door de werkgevers (waaronder de Metaalunie) en FNV, CNV en De Unie, regelt naast die 3 procent een eenmalige uitkering van 132 euro bruto in november 2026 en een structurele verhoging van 115 euro bruto per maand per 1 maart 2027. De CAO loopt van 1 februari 2026 tot 31 januari 2028 en geldt onder meer voor de installatietechniek. Neem die verhogingen mee als je berekent wat je monteur je volgend jaar kost, en zet een indexeringsclausule in je algemene voorwaarden zodat je je tarief mee kunt laten bewegen.
Wanneer is aannemen de juiste stap?
Kort en eerlijk: neem pas iemand vast aan als je structureel meer werk hebt dan je alleen aankunt, niet omdat het één zomer druk was. Een vaste monteur is een verplichting die het hele jaar doorloopt, met loondoorbetaling bij ziekte, pensioenpremie en werkgeverslasten die je niet uitzet als het even rustig is. Voor die eerste stap geldt: reken de volledige kostprijs door (loon plus lasten plus bus plus gereedschap plus certificering), controleer of je monteur de papieren heeft voor het werk dat je doet, en laat je fiscale en arbeidsrechtelijke keuzes toetsen door je accountant of de Belastingdienst. Dit artikel geeft de richting, geen sluitend fiscaal of juridisch advies.
Heb je die stap eenmaal gezet, dan wordt bijhouden wat elke monteur werkelijk aan declarabele uren binnenbrengt het verschil tussen winst en verlies. Knippie rekent de kosten van je monteur door in je uurtarief en de verwachte marge per offerte, zodat je vóóraf ziet of een extra paar handen door je prijs gedekt wordt.
Laatst bijgewerkt:
3
Betaal minimaal het minimumloon en volg de CAO
Het wettelijk minimumuurloon is per 1 juli 2026 gestegen naar 14,99 euro voor werknemers van 21 jaar en ouder (Rijksoverheid). Voor de meeste installatiebedrijven is de CAO Metaal en Techniek leidend, met eigen loonschalen die hoger liggen dan het minimum. Controleer in welke schaal je monteur valt.
4
Sluit je aan bij het pensioenfonds
Valt je bedrijf onder de werkingssfeer van Metaal en Techniek, dan is aansluiting bij bedrijfstakpensioenfonds PMT verplicht: een technisch installatiebedrijf staat expliciet in die werkingssfeer. Twijfel je of je eronder valt, dan laat je een werkingssfeeronderzoek (BPF-check) doen. De pensioenpremie is geen keuze, het is onderdeel van je werkgeverslasten.
5
Regel je risico bij ziekte en aansprakelijkheid
Als werkgever betaal je het loon van een zieke monteur maximaal 104 weken (twee jaar) door, minimaal 70 procent (UWV); in veel CAO's is dat het eerste jaar 100 procent. Dat is een fors risico voor een klein bedrijf, dus veel installateurs sluiten een verzuimverzekering af. Denk daarnaast aan je aansprakelijkheid (AVB) nu er iemand namens jou bij de klant werkt.