Kostprijs uurloon berekenen: het complete rekenmodel
Bereken je kostprijs per uur inclusief bezettingsgraad, buskosten en overhead. Volledig rekenvoorbeeld met zichtbare aannames, plus je verkooptarief.
K
Knippie
Redactie ·
Veelgestelde vragen
Over de auteur
K
Knippie
Redactie
Werkt bij Knippie aan software voor installatiebedrijven en spreekt wekelijks ondernemers uit de branche. Klopt er iets niet, of mis je context uit de praktijk? Laat het weten, we werken artikelen bij zodra de regels of de markt veranderen.
Je kostprijs per uur is simpel te formuleren: alle kosten die één monteur per jaar veroorzaakt, gedeeld door het aantal uren dat je hem werkelijk kunt factureren. Niet gedeeld door 2.080 contracturen, maar gedeeld door wat er overblijft na vakantie, ziekte, cursus, reistijd en intern overleg. In het rekenvoorbeeld hieronder is dat €98.800 aan kosten gedeeld door 1.432 declarabele uren: €69,00 kostprijs per uur. Wil je daar 12% winst op, dan is je verkooptarief €78,50, en niet €77,30.
Dat verschil van €1,20 per uur lijkt niets. Over 1.432 uur is het €1.718 per monteur per jaar, en het is de meest gemaakte rekenfout in de branche. Hieronder staat het hele model, stap voor stap, met alle aannames zichtbaar zodat je je eigen cijfers kunt invullen.
€69,20Gemiddeld uurtarief van een installatiemonteur, genoemd in juni 2025
Let op wat daar staat: dat is een tarief, geen kostprijs. Het zegt niets over de vraag of dat tarief bij jouw bedrijf uit kan. Dat kun je alleen weten door je eigen kostprijs uit te rekenen.
De vijf posten waaruit je kostprijs bestaat
Zo bouw je je kostprijsuurloon op
1
Directe loonkosten
Brutoloon plus alles wat daar automatisch bovenop komt: vakantiegeld, werkgeverslasten (WW/Awf, Aof, Zvw, WGA) en de werkgeverspremie pensioen. Reken met het bedrag dat je bank verlaat, niet met het bedrag op de loonstrook.
Vergeten post: een eventuele dertiende maand, ADV-dagen die je uitbetaalt, en de reiskostenvergoeding woon-werk.
2
Niet-declarabele uren
Trek van de contracturen af: vakantie, feestdagen, verzuim, opleiding en keuringen, intern overleg en werkbespreking, en de reistijd die je niet doorbelast. Wat overblijft zijn je declarabele uren. Dat aantal gedeeld door je contracturen is je bezettingsgraad.
Dit is de post waar de meeste fouten in zitten, en tegelijk de post met de grootste hefboom op je kostprijs.
3
Voertuig en gereedschap per monteur
Lease of afschrijving van de bus, brandstof of laden, verzekering, motorrijtuigenbelasting, onderhoud en banden. Plus gereedschap: aanschaf en vervanging, meetapparatuur, jaarlijkse kalibratie, werkkleding en PBM.
Deze kosten horen bij de monteur, niet bij de overhead. Zet ze apart, dan zie je wat een extra bus je per uur kost.
4
Overhead per monteur
Alle kosten die je maakt om het bedrijf te laten draaien: kantoor en loods, backoffice, het niet-declarabele deel van je eigen tijd als eigenaar, software, verzekeringen (AVB, CAR, bedrijfsschade), accountant, certificeringen en lidmaatschappen, marketing en leads.
Deel dat totaal door het aantal monteurs. Niet door het aantal medewerkers: alleen de monteurs brengen declarabele uren binnen.
5
Gewenste winstmarge
Optellen van de posten 1 tot en met 4 en delen door je declarabele uren geeft je kostprijs. Bij dat bedrag verdien je exact nul. De winstmarge zet je er daarna op: door te delen, niet door te vermenigvuldigen. Hoe dat precies zit staat verderop.
Het rekenvoorbeeld
Alle bedragen hieronder zijn voorbeeldbedragen voor een installatiebedrijf met zes monteurs. Het zijn geen branchenormen en geen benchmark. Ze staan er zodat je ziet hoe de som loopt; vul je eigen cijfers in uit je loonadministratie, je grootboek en je urenregistratie.
Post 1: directe loonkosten van één monteur
Post
Aanname
Bedrag per jaar
Brutoloon
€3.600 per maand × 12
€43.200
Vakantiegeld
8%
€3.456
Werkgeverslasten
20% over bruto + vakantiegeld
€9.331
Pensioenpremie werkgeversdeel
vast bedrag
€4.213
Totaal
som van bovenstaande posten
€60.200
Kort samengevat
Eén monteur kost in dit voorbeeld €60.200 per jaar aan directe loonkosten: brutoloon plus vakantiegeld, werkgeverslasten en het werkgeversdeel van de pensioenpremie.
Het percentage werkgeverslasten verschilt per bedrijf en per jaar. Vraag je accountant of loonadministrateur om het werkelijke percentage. Dat scheelt zo een paar procent, en dat werkt één op één door in je uurtarief.
Post 2: van contracturen naar declarabele uren
Post
Aanname
Uren
Contracturen
40 uur × 52 weken
2.080
Vakantie
25 dagen × 8 uur
−200
Feestdagen
8 dagen × 8 uur
−64
Verzuim
5% van de contracturen
−104
Opleiding, cursus, keuringen
schatting per jaar
−40
Intern overleg en administratie
2 uur per week × 45 weken
−90
Bezettingsgraad: 1.432 / 2.080 = 68,8%.
Dat percentage is het hart van de berekening. Wie deelt door 2.080 komt in dit voorbeeld uit op €47,50 kostprijs en denkt dus dat hij met €60 per uur schathemeltjerijk wordt. Hij verliest geld.
Het eigenaarsloon hoort hier echt in. Zolang je jezelf niet meerekent, subsidieer je je eigen klanten met je eigen tijd.
De uitkomst
Post
Bedrag
Directe loonkosten
€60.200
Bus en gereedschap
€15.300
Overhead
€23.300
Totale kosten per monteur per jaar
€98.800
Declarabele uren
1.432
Kostprijs per uur
€69,00
Kort samengevat
€98.800 aan kosten gedeeld door 1.432 declarabele uren geeft een kostprijs van €69,00 per uur. Bij dat tarief verdien je precies nul.
Bij €69,00 per uur verdien je precies niets. Elk uur dat je onder dat tarief factureert, kost je geld.
Van kostprijs naar verkooptarief: marge is geen opslag
Hier gaat het mis, en op fora zie je precies deze verwarring terugkomen: "marge over inkoop", "marge in de verkoopprijs" en "opslag" worden door elkaar gebruikt alsof het hetzelfde is.
Opslag zet je bovenop je kostprijs. Marge is wat er overblijft van je verkoopprijs. Twee verschillende sommen:
Methode
Berekening
Verkooptarief
Werkelijke marge
12% opslag
€69,00 × 1,12
€77,28
10,7%
12% marge
€69,00 ÷ 0,88
€78,41
12,0%
Kort samengevat
12% opslag levert maar 10,7% marge op. Wil je écht 12% marge, dan deel je door 0,88 in plaats van te vermenigvuldigen met 1,12.
Wil je een marge van 12%, dan deel je door (1 − 0,12). Vermenigvuldigen levert altijd minder op dan je denkt, en het verschil groeit hard: bij 30% is opslag goed voor 23% marge.
In dit voorbeeld kom je dus op een verkooptarief van afgerond €78,50 per uur exclusief btw.
Dezelfde regel geldt voor je materiaal. Als je 20% marge op materiaal wilt, dan deel je je inkoopprijs door 0,80. Je vermenigvuldigt niet met 1,20. En reken altijd met inkoopprijzen exclusief btw, ook als je leverancier je een bon inclusief btw meegeeft.
Wat er gebeurt als je bezettingsgraad zakt
Van alle posten reageert je kostprijs het hardst op je declarabele uren. Zelfde kosten van €98.800, alleen een ander aantal uren:
Declarabele uren
Bezettingsgraad
Kostprijs per uur
1.560
75,0%
€63,33
1.432
68,8%
€69,00
1.300
62,5%
€76,00
1.150
55,3%
€85,91
Kort samengevat
Bij gelijkblijvende kosten van €98.800 scheelt het verschil tussen 75% en 55% bezetting ruim €22 kostprijs per uur. Geen enkele andere post heeft zo'n hefboom.
Elke 100 uur die je kwijtraakt aan leegloop, wachten op materiaal of een klus die opnieuw moet, kost je ongeveer €4 à €5 per uur aan kostprijs. Het is dus goedkoper om je bezettingsgraad met twee procentpunt te verbeteren dan om op je buskosten te bezuinigen. En je kunt die bezettingsgraad alleen sturen als je hem meet: je urenregistratie moet onderscheid maken tussen declarabel en niet-declarabel.
De CAO-verhogingen zitten al in je kostprijs van volgend jaar
+3%Loonsverhoging per 1 maart 2026 volgens de CAO Metaal & Techniek 2026-2028
Daarnaast regelt dezelfde CAO een eenmalige uitkering van €132 bruto in november 2026 en een structurele verhoging van €115 bruto per 1 maart 2027.
Wat dat doet met het rekenvoorbeeld, met €115 gelezen als bruto per maand en met circa 35% aan vakantiegeld, werkgeverslasten en pensioen erbovenop:
Maatregel
Effect op de loonkosten
Per declarabel uur
+3% per 1 maart 2026
circa €1.750 per jaar
+€1,22
€132 eenmalig, november 2026
circa €180
+€0,12
+€115 per 1 maart 2027
circa €1.860 per jaar
+€1,30
Samen
alle drie de maatregelen opgeteld
+€2,64
Kort samengevat
De drie CAO-maatregelen samen tikken aan tot ongeveer €2,64 per declarabel uur, bijna 4% hogere kostprijs binnen twee jaar.
Dat is bijna 4% hogere kostprijs binnen twee jaar, en dat is nog vóór de prijsstijging van materiaal, verzekeringen en brandstof. Dat kostprijzen structureel oplopen is op zichzelf niet nieuw: de Benchmark 2022 van BOL Adviseurs, gepubliceerd in Installatie.nl nr. 3 van mei 2023, liet het gemiddelde kostprijsuurloon van 2021 op 2022 al stijgen van €69,60 naar €71,90. Andere jaren en een andere bron, maar dezelfde beweging.
Wie zijn tarief niet meebeweegt, levert die €2,64 in op zijn marge. Zet daarom een indexeringsclausule in je algemene voorwaarden en herbereken je kostprijs elk jaar in januari, met de nieuwe loonschalen erin.
"Maar een zzp'er kost me €55": vergelijk appels met appels
Installateurs noemen zelf inhuurtarieven van €40 tot €60 per uur exclusief btw, afhankelijk van ervaring en papieren. Naast €69,00 kostprijs lijkt dat spotgoedkoop. Dat is het meestal niet.
Splits je kostprijs uit:
Onderdeel
Per declarabel uur
Loonkosten
€42,04
Bus en gereedschap
€10,68
Overhead
€16,27
Totaal
€69,00
Kort samengevat
Alleen de €42,04 loonkosten en €10,68 bus en gereedschap verdwijnen als je inhuurt. De €16,27 overhead blijft, dus vergelijk €55 met €52,72 en niet met €69,00.
Die €16,27 overhead verdwijnt niet als je inhuurt. Je kantoor, je werkvoorbereiding, je verzekeringen en je software blijven bestaan. De juiste vergelijking is dus €55 tegenover €42,04 + €10,68 = €52,72, en dan is de ingehuurde zzp'er per productief uur iets duurder dan je eigen monteur, niet goedkoper.
Daar staat wel iets tegenover: je betaalt geen vakantie, geen verzuim en geen leegloop, en het risico ligt anders. Inhuur is een flexibiliteitsbeslissing, geen besparingsbeslissing. Reken het per geval door.
Let bij inhuur ook op het rechtsvermoeden van werknemerschap: bij een tarief onder €38 per uur ligt de bewijslast bij de opdrachtgever dat er géén dienstbetrekking is. Erg lage inhuurtarieven zijn dus niet alleen commercieel verdacht, ze vergroten je risico op naheffingen.
Wat installateurs het vaakst vergeten mee te rekenen
Garantie- en herstelwerk. Uren die je maakt maar nooit factureert. Vaak 2 tot 5% van je declarabele uren; ze horen bij je niet-declarabele uren.
Niet gefactureerd meerwerk. Het klassieke lek: wel uitgevoerd, niet vastgelegd, dus niet gefactureerd.
Kalibratie van meetapparatuur en het bijhouden van certificeringen (F-gassen, Scope 12, InstallQ). Terugkerende kosten, geen eenmalige.
Laadpas, tol, parkeren en milieuzones in de stad. Klein per rit, groot per jaar.
Voorfinanciering. Materiaal betaal je vooruit, je factuur wordt na 30 dagen betaald. Dat kost rente of ruimte in je krediet.
Verzuim boven je aanname. Reken je met 5% en zit je op 8%, dan verlies je 62 uur en stijgt je kostprijs met ruim €3.
Je eigen tijd. Offertes maken, klanten bellen, ruzies oplossen. Als je jezelf niet in de overhead zet, klopt de som niet.
Kortom: je kostprijs is geen getal dat je één keer uitrekent en in een la legt. Het is een getal dat verandert zodra de CAO verandert, je bezettingsgraad zakt of je een bus erbij zet. Reken hem elk jaar opnieuw, en controleer na afloop van je projecten of de calculatie klopte met de werkelijkheid. Dat is het enige moment waarop je erachter komt dat je bezettingsgraad in de praktijk geen 68,8% maar 61% was.
De bedragen in het rekenvoorbeeld zijn voorbeelden en geen branchenorm. Voor je btw-positie, de KOR en de fiscale behandeling van kosten geldt: laat het controleren door je accountant of raadpleeg de Belastingdienst.
Laatst gecontroleerd: 20 juli 2026
Niet-doorbelaste reistijd
45 minuten per werkdag
−150
Declarabele uren
wat er overblijft
1.432
Kort samengevat
Van 2.080 contracturen blijven er in dit voorbeeld 1.432 declarabele uren over, oftewel een bezettingsgraad van 68,8%.
Kort samengevat
Bus, brandstof en gereedschap kosten in dit voorbeeld €15.300 per monteur per jaar. Houd ze apart van je overhead, dan zie je direct wat een extra bus je per uur kost.
€12.000
Onvoorzien
€5.000
Totaal
€140.000
Per monteur (÷ 6)
€23.300
Kort samengevat
€140.000 aan overhead, verdeeld over zes monteurs, is €23.300 per monteur per jaar. Deel door het aantal monteurs, niet door het aantal medewerkers.