De nieuwe CAO Metaal en Techniek 2026-2028: looptijd, loonsverhoging, eenmalige uitkering en de overige afspraken die jou als werkgever raken.
K
Knippie
Redactie ·
Veelgestelde vragen
Over de auteur
K
Knippie
Redactie
Werkt bij Knippie aan software voor installatiebedrijven en spreekt wekelijks ondernemers uit de branche. Klopt er iets niet, of mis je context uit de praktijk? Laat het weten, we werken artikelen bij zodra de regels of de markt veranderen.
De CAO Metaal en Techniek 2026-2028 regelt drie loonstappen en een reeks overige afspraken die direct in je loonkosten landen. De kern: een loonsverhoging van 3 procent per 1 maart 2026, een eenmalige uitkering van 132 euro bruto in november 2026 en een structurele verhoging van 115 euro bruto per maand per 1 maart 2027. Daarbovenop gaat de RVU-uitkering voor vervroegd uittreden met 300 euro omhoog naar 2.657 euro bruto per maand, worden beginnende werknemers vakvolwassen betaald zodra ze hun diploma halen, en vergoedt de werkgever de vakbondscontributie in 2026 en 2027 netto. De CAO loopt van 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028.
Val je met je installatiebedrijf onder deze CAO, dan zijn dit geen keuzes maar verplichtingen. Hieronder staat het hele plaatje op een rij: de looptijd, de loonstappen, en vooral de overige afspraken die minder aandacht krijgen maar wel geld kosten. Wil je precies weten wat een monteur je ná deze verhogingen kost aan werkgeverslasten, bus en certificering, lees dan het aparte stuk over je eerste monteur aannemen. Daar reken je de loonstijging door tot een uurtarief.
Valt jouw bedrijf hier eigenlijk onder?
Eerst het bereik, want dat bepaalt of de rest van dit artikel op jou van toepassing is. De CAO Metaal en Techniek is een paraplu over meerdere bedrijfstakken. Het technisch installatiebedrijf is er daar één van, naast onder meer het metaalbewerkingsbedrijf, het motorvoertuigen- en tweewielerbedrijf, het isolatiebedrijf en het goud- en zilverbedrijf. Voor de installatiesector is er een eigen tekst, de CAO Technisch Installatiebedrijf, maar de loonafspraken en de centrale regelingen zijn dezelfde als in de bredere CAO Metaal en Techniek (Techniek Nederland).
In de praktijk: heb je monteurs die installaties aanleggen of onderhouden, dan is de kans groot dat je onder deze CAO valt en dat de loonschalen, de eenmalige uitkering en de RVU-afspraken op jou van toepassing zijn. Twijfel je, laat dan een werkingssfeeronderzoek doen bij het pensioenfonds PMT of je administratiekantoor. Dit artikel is een overzicht, geen bindend advies voor jouw specifieke situatie.
De looptijd: twee jaar, twee loonstappen
De CAO is afgesloten voor 24 maanden en loopt van 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028. Het onderhandelingsresultaat werd eind januari 2026 bereikt door de werkgeversorganisaties (waaronder de Koninklijke Metaalunie) en de bonden FNV, CNV en De Unie, en begin maart 2026 door de leden bekrachtigd (FNV).
Voor jou als werkgever is de looptijd meer dan een formaliteit: het betekent dat je loonkosten in deze periode op twee vaste momenten omhooggaan, en dat je tot begin 2028 weet waar je aan toe bent. Reken die twee stappen dus nu al in je tarieven en je meerjarige offertes door.
Wat er met het loon gebeurt
De loonsverhoging zelf is uitgebreid uitgewerkt in het stuk over je eerste monteur aannemen, inclusief wat het per productief uur betekent. Hier houden we het bij het tijdpad, zodat je precies weet wat wanneer ingaat.
De loonstappen in de CAO 2026-2028
1
1 maart 2026: plus 3 procent
Alle schaallonen gaan met 3 procent omhoog. Dit is een structurele verhoging: ze werkt door in vakantiegeld, pensioengrondslag en alle latere verhogingen.
2
November 2026: 132 euro bruto eenmalig
Een eenmalige uitkering van 132 euro bruto. Let op het woord eenmalig: dit bedrag telt niet mee als basis voor toekomstige verhogingen of pensioenopbouw, het is een losse betaling in die maand.
3
1 maart 2027: plus 115 euro bruto per maand
Dat laatste is het detail dat je makkelijk mist. Een vast bedrag van 115 euro is voor een beginnende monteur procentueel een grotere sprong dan voor een ervaren voorman. De verhouding tussen je loonschalen verschuift dus een beetje, iets om rekening mee te houden als je met smalle marges op je jongste mensen calculeert. Alle bedragen en data hierboven zijn bevestigd door FNV, CNV en Techniek Nederland; de status is per 20 juli 2026.
De overige afspraken die je als werkgever raken
Hier zit het deel dat in de meeste nieuwsberichten onderbelicht blijft, terwijl het wel degelijk kosten en administratie met zich meebrengt. Dit zijn de afspraken buiten de kale loonsverhoging om.
Afspraak
Wat er verandert
Vanaf wanneer
RVU (vervroegd uittreden)
Uitkering plus 300 euro naar 2.657 euro bruto per maand; regeling met 5 jaar verlengd
Lopende CAO-periode
Zwaar werk
Nieuwe, objectieve criteria voor wie onder de RVU valt
Vanaf 2027
Beginnende werknemers
Vakvolwassen betaald zodra het diploma is behaald
Lopende CAO-periode
Vakbondscontributie
Werkgever vergoedt de contributie van leden netto
2026 en 2027
Leeftijdsdagen
Iedereen vanaf 58 jaar tot de AOW-leeftijd mag leeftijdsdagen opnemen
Vanaf 1 januari 2027
Leeftijdsdagen 55 tot 57 jaar
Een paar van deze punten verdienen uitleg, omdat ze direct in je portemonnee of je planning zitten.
Vervroegd uittreden en zwaar werk
De RVU (Regeling Vervroegd Uittreden) laat werknemers met zwaar werk eerder stoppen dan de AOW-leeftijd, met een uitkering die de werkgever deels draagt. Die uitkering gaat met 300 euro omhoog.
€ 2.657Nieuwe RVU-uitkering per maand bruto voor vervroegd uittreden, na een verhoging van 300 euro
De RVU-regeling is bovendien met vijf jaar verlengd, en vanaf 2027 komen er nieuwe, objectieve criteria om te bepalen wie zwaar werk doet en dus in aanmerking komt (CNV). Voor een klein installatiebedrijf met oudere monteurs is dit relevant: het is een regeling die je personeel kan gebruiken, en de kosten ervan lopen deels via de sector.
Gediplomeerde starters kosten meer
Dit is een stille kostenpost. Waar een beginnende werknemer voorheen nog even op een jeugd- of instapschaal kon blijven, geldt nu: zodra iemand zijn diploma heeft, wordt hij vakvolwassen betaald (CNV). Neem je pas afgestudeerde monteurs aan, dan schuift hun loon dus eerder naar het volwassen niveau dan je misschien gewend bent. Reken daarmee als je met leerlingen of net-gediplomeerden werkt.
Vakbondscontributie netto vergoeden
De werkgever vergoedt de vakbondscontributie van werknemers die lid zijn, netto, in 2026 en 2027. Concreet: was je monteur lid op de peildatum, dan draag jij zijn contributie. Fiscaal is dit meestal via de werkkostenregeling te lopen, maar het is wel iets wat je loonadministratie moet inregelen. Klein bedrag per persoon, maar het is nieuw werk voor wie de loonstroken draait.
Wat dit onder de streep voor je betekent
Als je alles optelt, kost de nieuwe CAO je in twee jaar tijd twee structurele loonstappen (3 procent en 115 euro per maand), een eenmalige uitkering per november 2026, en wat extra administratie rond contributie en jeugdlonen. Dat is geen ramp, maar het is ook niet gratis, en het valt precies samen met de andere kostenstijgingen die je als installateur nu voelt.
Drie dingen om nu te doen:
Verwerk beide loonstappen in je tarief. De 3 procent per maart 2026 en de 115 euro per maart 2027 zijn bekend. Reken ze door in je uurtarief en in offertes die tot in 2027 doorlopen, en zet een indexeringsclausule in je algemene voorwaarden zodat lopende opdrachten meebewegen.
Check je jongste mensen. Het vaste bedrag van 115 euro en het vakvolwassen betalen van gediplomeerden raken je starterslonen procentueel het hardst. Loop je loonschalen langs.
Laat je loonadministratie de nieuwe punten inregelen. De eenmalige uitkering in november, de netto contributievergoeding en de leeftijdsdagen vragen elk een aanpassing. Zet dat op tijd klaar bij je administratiekantoor.
Zodra die loonkosten vastliggen, is de enige knop waar je zelf aan draait hoeveel declarabele uren er tegenover staan. Knippie rekent je loonkosten en uurtarief door in de verwachte marge per offerte, zodat je bij elke offerte ziet of een hoger uurtarief door je prijs gedekt wordt.
Laatst bijgewerkt:
Een structurele verhoging van 115 euro bruto per maand, wat bij een gemiddeld salaris neerkomt op ongeveer 3 procent. Omdat het een vast bedrag is en geen percentage, tikt het naar verhouding zwaarder aan bij de lagere loonschalen.
Keuze tussen uitbetalen of als vrije tijd houden
Lopende CAO-periode
Rouwverlof
Werkgroep ingesteld om de behoefte in kaart te brengen
n.v.t.
Kort samengevat
De loonstappen zijn het bekende deel, maar de RVU-verhoging, het vakvolwassen betalen van gediplomeerde starters en het netto vergoeden van de vakbondscontributie raken je loonkosten en je administratie net zo goed. Reken ze mee, ze zitten niet in de 3 procent.