Saldering stopt 1 januari 2027: wat het met je offertes doet
Saldering stopt definitief op 1 januari 2027. Wat dat betekent voor je verkoopgesprek, je offertes en de batterijvraag, voor installateurs.
K
Knippie
Redactie ·
Veelgestelde vragen
Over de auteur
K
Knippie
Redactie
Werkt bij Knippie aan software voor installatiebedrijven en spreekt wekelijks ondernemers uit de branche. Klopt er iets niet, of mis je context uit de praktijk? Laat het weten, we werken artikelen bij zodra de regels of de markt veranderen.
De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Dat is definitief: het kabinet besloot in 2024 om in één keer te stoppen in plaats van geleidelijk af te bouwen, en die datum is sindsdien niet meer verschoven. Vanaf dat moment mogen je klanten teruggeleverde stroom niet meer wegstrepen tegen afgenomen stroom. Wat ze er wél voor krijgen is wettelijk ondergrensd: energieleveranciers moeten minimaal 50% van het kale leveringstarief betalen, het tarief exclusief energiebelasting en btw. Die verplichting loopt tot 1 januari 2030 en de ACM houdt er toezicht op.
Voor jou als installateur is dat vooral een verkoopprobleem, geen technisch probleem. De panelen veranderen niet. Het rekenmodel waarmee je ze al tien jaar verkoopt wel.
Wat er op papier verandert
Onder saldering was het simpel: een kWh terugleveren was net zoveel waard als een kWh afnemen, inclusief energiebelasting en btw. Daarom kon je met één getal werken en was eigen verbruik commercieel irrelevant: een kWh die je klant om drie uur 's middags terugleverde en er om acht uur 's avonds weer afhaalde, was economisch dezelfde kWh.
Na 1 januari 2027 valt dat uit elkaar in twee verschillende prijzen:
Een kWh die je klant zelf verbruikt is de volledige afnameprijs waard, inclusief belastingen.
Een kWh die het net op gaat is de terugleververgoeding waard: minimaal 50% van het kale leveringstarief, waar geen energiebelasting of btw in zit.
Het verschil tussen die twee is groot, en het is precies dat verschil dat de hele economie van een zonnestroominstallatie verplaatst. Niet naar het aantal panelen, maar naar de vraag hoeveel van de opwek binnenshuis blijft.
Let daarbij op één ding dat vaak wordt overgeslagen: die 50% is een minimum, geen tarief. Leveranciers mogen meer bieden en doen dat ook, en sommige rekenen daarnaast terugleverkosten of een vast bedrag per maand. De netto uitkomst hangt dus af van het contract van jouw klant, niet van een landelijk cijfer dat jij in je offerte kunt zetten.
Dat betekent praktisch dat je klant de batterijvraag zelf stelt. Hij heeft het gelezen, zijn buurman heeft er een, en hij verwacht dat jij er iets zinnigs over zegt. Als je daar geen verhaal bij hebt, wordt het een prijsdiscussie met de partij die het wel heeft.
Waar het gesprek werkelijk over gaat is niet "batterij ja of nee", maar hoeveel van de opwek van deze specifieke klant binnenshuis blijft. Een gezin dat overdag thuis is, elektrisch kookt, een warmtepomp heeft of een auto laadt, verbruikt een groot deel van de opwek al zelf. Een tweeverdienerhuishouden dat tussen acht en zes leeg staat, levert het grootste deel terug. Voor de eerste verandert er na 2027 relatief weinig. Voor de tweede verandert er veel.
Dat onderscheid is je nieuwe verkoopgesprek. En het is een beter gesprek dan het oude, want het gaat over de situatie van de klant in plaats van over een landelijk gemiddelde.
Het rekenvoorbeeld dat je wél kunt maken
Vul geen cijfers in die je niet kunt onderbouwen. Wat je wel kunt doen is de structuur zichtbaar maken en de klant zijn eigen getallen laten invullen. Zet in je offerte, expliciet als aanname gelabeld:
Jaarlijkse opwek: X kWh (uit je legplan en de oriëntatie van het dak)
Aandeel eigen verbruik: Y% (schat dit uit het verbruiksprofiel, niet uit een vuistregel)
Afnameprijs volgens het huidige contract van de klant, inclusief belastingen: € A per kWh
Terugleververgoeding volgens datzelfde contract, vanaf 2027: € B per kWh
Eventuele terugleverkosten van de leverancier: € C per jaar
De opbrengst wordt dan: (X × Y% × A) + (X × (1 − Y%) × B) − C. Vóór 2027 is B in de praktijk gelijk aan A; vanaf 1 januari 2027 niet meer.
Twee scenario's naast elkaar (met en zonder batterij, waarbij alleen Y verschuift) laten meteen zien waar het geld zit. Dat is verifieerbaar, het is van de klant, en je hoeft geen enkel bedrag te verzinnen dat je later moet verdedigen.
"Moet ik dan nog snel panelen leggen voor 2027?"
Die vraag ga je vaak krijgen, en het eerlijke antwoord is genuanceerder dan de urgentie die de vraag suggereert. Panelen die vóór 1 januari 2027 op het dak liggen, salderen tot die datum. Daarna vallen ze onder precies hetzelfde regime als een installatie die in februari 2027 wordt opgeleverd. Er is geen overgangsregeling die bestaande installaties langer laat salderen. De haast levert dus hooguit een paar maanden extra saldering op, niet een blijvend voordeel.
Wat wél verandert door vroeg te beslissen, is iets anders: de installatie draait langer, en de klant heeft meer tijd om te zien hoe zijn verbruiksprofiel er werkelijk uitziet voordat hij over een batterij beslist. Dat is een beter argument dan een deadline, en het is er een dat je over een jaar nog steeds kunt uitleggen.
Wees ook voorzichtig met de omgekeerde beweging. Klanten die na 2027 helemaal afzien van zonnepanelen omdat "salderen weg is", rekenen alleen met de teruglevercomponent. Voor een huishouden met een hoog eigen verbruik zit het grootste deel van de waarde juist in de kWh's die het net nooit bereiken, en die worden niet minder waard: die worden relatief belangrijker.
Wat je nu in je offerte zet
Concreet, per uitgaande offerte voor zonnepanelen:
Een datumgrens bij elke opbrengstberekening. "Berekend met saldering tot en met 31 december 2026" en "berekend zonder saldering vanaf 1 januari 2027". Twee regels, geen discussie achteraf.
De aangenomen terugleververgoeding, met bron. Verwijs naar het contract van de klant, niet naar een gemiddelde. Noem de wettelijke ondergrens van 50% van het kale leveringstarief als vloer, geen belofte.
Een expliciete vermelding dat leveranciers hun terugleververgoeding en eventuele terugleverkosten zelf bepalen en dat die kunnen wijzigen binnen de contractvoorwaarden.
Een geldigheidsduur op de berekening. Een opbrengstberekening van drie maanden oud is geen aanbod meer.
Bij een batterij: de registratieplicht. Vanaf 0,8 kW vermogen moet de installatie via Energieleveren.nl worden geregistreerd. Zet in de offerte wie dat doet, jij of de klant.
Wat je intern regelt vóór het najaar
De aanvraagpiek voor batterijen zal richting eind 2026 lopen, gewoon omdat de deadline dan zichtbaar wordt in het nieuws. Dat betekent dat je offertesjabloon en je rekenmodel er nú moeten staan, niet in november.
Drie dingen die niet lang duren:
Haal het woord "salderen" uit je standaardteksten waar het als vanzelfsprekendheid staat, en vervang het door de twee scenario's.
Leg vast hoe je eigen verbruik inschat. Als iedere verkoper zijn eigen percentage gebruikt, staan er onvergelijkbare offertes bij dezelfde klant op tafel.
Voeg de Energieleveren.nl-registratie toe aan je opleveringschecklist, zodat het niet aan de monteur hangt of het gebeurt.
En houd er rekening mee dat er voor thuisbatterij-installatie nog geen bindende NEN-norm bestaat. Wie het werk goed en aantoonbaar doet, zit daar voorlopig zelf achter het stuur, inclusief de vraag hoe je dat richting verzekeraars vastlegt.
Werk je met vaste offertesjablonen, dan is het aanpassen van die aannames een kwestie van één keer goed instellen. In Knippie leg je zulke standaardteksten en rekenregels centraal vast, zodat elke offerte die het bedrijf uitgaat dezelfde uitgangspunten gebruikt.
Laatst gecontroleerd: 20 juli 2026. Regelgeving rond saldering, terugleververgoedingen en registratieplichten verandert regelmatig. Controleer de actuele stand bij de ACM en bij de energieleverancier van je klant voordat je cijfers in een offerte overneemt.